Kan zorgverzekeraar/gemeente bestuurder van zorgaanbieder aansprakelijk stellen?

17-03-2026

Inleiding

Na een materiële controle willen zorgverzekeraar, zorgkantoor of gemeente (hierna: zorgverzekeraar) nog weleens financiële claims tegenover de zorgaanbieder instellen. Men kan daarbij in het bijzonder denken aan een vordering tot terugbetaling van voldane declaraties of aan een vordering tot betaling van schadevergoeding.

In mijn blog van 8 oktober 2025 heb ik de situatie besproken uit een rechtbankvonnis in 2022 waarin de zorgverzekeraar wegens eventuele tekortkomingen van de zorgaanbieder ontbinding van de overeenkomst met de zorgaanbieder vordert en op grond daarvan terugbetaling van de eerder voldane declaraties vordert. Uit dit vonnis blijkt onder meer het volgende: ook al is daadwerkelijk sprake van tekortkomingen van de zorgaanbieder en ook al heeft de zorgverzekeraar daadwerkelijk recht op ontbinding van de overeenkomst, de zorgaanbieder kan met kans op succes verweer voeren tegen terugbetaling.

In voormelde situatie voerde de zorgaanbieder met succes het verweer dat de geleverde zorg voor de zorgverzekeraar een aanzienlijke waarde vertegenwoordigde en de zorgaanbieder om die reden recht heeft op ten minste de waarde van de door haar geleverde zorg. Hierdoor bleef de veroordeling tot terugbetaling beperkt tot 1/3 van de voldane declaraties. Uiteraard hangt de slagingskans van dit verweer en de omvang van de eventuele terugbetalingsverplichting - varierend van 0% tot 100% van de voldane declaraties - altijd af van de omstandigheden van het geval. Voor meer informatie verwijs ik naar mijn blog van 8 oktober 2025.

In deze blog zal ik een situatie bespreken waarin de zorgverzekereraar wegens tekortkomingen van de zorgaanbieder een financiële claim instelt tegen de bestuurder van de zorgaanbieder.  

Gebruik van onderaannemers en overschrijding van een toegewezen budget zonder de vereiste toestemming van de zorgverzekeraar, incomplete en afwezige zorgdossiers 

De situatie die ik in deze blog bespreek volgt uit een rechtbankvonnis in 2024, gewezen in het kader van de Wlz maar evenzo goed van toepassing op een vergelijkbare situatie in het kader van de Zvw en de Wmo. Het zorgkantoor (hierna: zorgverzekeraar) had wegens de volgende tekortkomingen een financiële claim ingesteld tegen een gecontracteerde zorgaanbieder die haar onderneming door middel van een B.V. dreef: (1) de overeenkomst tussen partijen verbood - bovenop het toegelaten percentage van 33% van de geleverde zorg - het gebruik van onderaannemers behoudens schriftelijke toestemming van de zorgverzekeraar en toch had de zorgaanbieder zonder toestemming bovenop dit percentage in aanzienlijke mate gebruik gemaakt van onderaannemers waaronder ZZP-ers; (2) de zorgaanbieder had zonder toestemming van de zorgverzekeraar bij een groot aantal cliënten het aan haar toegewezen zorgbudget overschreden en deze overschrijdingen gedeclareerd; (3) de zorgverzekeraar kon de feitelijke levering van 24 uurs zorg aan 6 cliënten niet vaststellen omdat bij 4 van voormelde cliënten de zorgdossiers incompleet waren en ernstige fouten bevatten, bij 2 van voormelde cliënten de zorgdossiers ontbraken en de 24 uurs zorg aan al deze 6 cliënten niet volgens de voorwaarden van de zorgverzekeraar plaatsvond.

Omdat bleek dat de zorgaanbieder met haar vermogen geen verhaal bood voor de claim van de zorgverzekeraar en zelfs failliet ging, stelde de zorgverzekeraar voor de rechtbank de bestuurder van de zorgverzekeraar persoonlijk aansprakelijk voor de door haar gestelde schade.

De rechtbank stelde vast dat de zorgaanbieder inderdaad de bovenvermelde tekortkomingen had begaan. De rechtbank stelde in het kader van de 24 uurs zorg die de zorgaanbieder aan een 6-tal cliënten leverde ook vast dat de zorgaanbieder uren had gedeclareerd voor zorg die zij niet had geleverd. Zo kon de zorgaanbieder bijvoorbeeld geen inkoopfacturen tonen van ZZP-ers die deze zorg volgens de zorgaanbieder in onderaanneming zouden hebben geleverd en toonde de zorgaanbieder in enkele andere gevallen inkoopfacturen van ZZP-ers die op dezelfde tijdstippen voor andere cliënten werkzaam waren.

De rechtbank moest toen de vraag beantwoorden of de bestuurder persoonlijk aansprakelijk was voor door de zorgverzekeraar geleden schade.  

De rechtbank oordeelde dat de bestuurder inderdaad persoonlijk aansprakelijk was voor de schade en motiveerde dit als volgt. Indien een rechtspersoon - in dit geval een B.V. -  haar verplichtingen jegens haar schuldeiser - in dit geval de zorgverzekeraar - niet nakomt en de schuldeiser hierdoor schade lijdt, is in beginsel uitsluitend de zorgaanbieder voor deze schade aansprakelijk. Indien de zorgaanbieder met haar vermogen geen verhaal biedt voor deze schade is de bestuurder van de zorgaanbieder hiervoor in beginsel niet persoonlijk aansprakelijk tenzij de bestuurder hiervan een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Dit laatste kan het geval zijn indien de bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de zorgaanbieder haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt terwijl de bestuurder wist of behoorde te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de zorgaanbieder betekende dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan bij de contractspartij optredende schade. Dat was hier het geval, zo oordeelde de rechtbank. 

Vervolgens moest de rechtbank vaststellen wat de omvang van de voor vergoeding in aanmerking komende schade was. De zorgverzekeraar vorderde vergoeding van schade als gevolg van het contractueel verboden gebruik van onderaannemers, schade als gevolg van de overschrijding van het toegewezen zorgbudget en schade als gevolg van het declareren van zorg die feitelijk niet was geleverd.

De bestuurder voerde daartegen onder meer als verweer dat de onderaannemers de geïndiceerde zorg wel degelijk hadden geleverd en dat deze zorg voor de zorgverzekeraar wel degelijk van waarde was. Het belang van dit verweer is dat indien de bestuurder de feitelijke zorglevering door de onderaannemers aantoont en aannemelijk maakt wat voor de zorgverzekeraar de financiële waarde is van deze zorgprestatie, de rechtbank deze waarde in mindering kan brengen op de voor vergoeding in aanmerking komende schade en aldus de feitelijke aansprakelijkheid van de bestuurder kan beperken. Hiermee heeft dit verweer, indien succesvol, voor de bestuurder dan wel - in een ander geval - voor de zorgaanbieder een zelfde verzachtend gevolg als het in mijn blog van 8 oktober 2025 besproken vergelijkbare verweer van de zorgaanbieder jegens wie wegens ontbinding van de overeenkomst een vordering tot terugbetaling van de voldane declaraties was ingesteld.

Uiteindelijk wees de rechtbank een deel van de door de zorgverzekeraar gevorderde schadevergoeding toe, te weten een bedrag gelijk aan de totale overschrijding van het aan de zorgaanbieder toegewezen budget. De rechtbank rekende daarbij de hierboven genoemde zorgdeclaraties die de zorgaanbieder niet kon onderbouwen - onder meer doordat deze geen corresponderende inkoopfacturen van onderaannemers kon tonen - geheel toe aan de budgetoverschrijding. De rechtbank wees daarentegen geen vergoeding toe van schade die het gevolg zou zijn van zorglevering door middel van contractueel verboden onderaannemers. Blijkbaar honoreerde de rechtbank het verweer van de bestuurder dat deze door onderaannemers geleverde zorg voor de zorgverzekeraar dezelfde financiële waarde vertegenwoordigde als door werknemers van de zorgaanbieder geleverde zorg.

Conclusie

De bestuurder van een zorgaanbieder moet zich ervan bewust zijn dat indien de zorgaanbieder haar verplichtingen jegens de zorgverzekeraar niet nakomt en de zorgverzekeraar haar schade niet kan verhalen op het vermogen van de zorgaanbieder, hij onder bepaalde omstandigheden persoonlijk aansprakelijk kan zijn jegens de zorgverzekeraar. Dit betekent dat de bestuurder waakzaam moet zijn dat de zorgaanbieder haar wettelijke en contractuele verplichtingen nakomt.

Daartegenover staat dat de bestuurder verweermiddelen tot zijn beschikking heeft waarmee hij - afhankelijk van de omstandigheden - zijn persoonlijke aansprakelijkheid kan beperken.

Heeft u vragen?

Sinds 20 jaar sta ik zorgaanbieders bij in geschillen met de zorgverzekeraar of de gemeente. Verder sta ik zorgaanbieders bij in geschillen met andere contractspartijen.

Indien u als zorgaanbieder een geschil heeft of indien u als zorgaanbieder anderszins behoefte heeft aan rechtsbijstand, kunt u contact met mij opnemen.

Jan Peter de Man

Laat uw opmerking achter